Alle moeilijke begrippen over hypotheken voor u op een rijtje. Bij het regelen van uw hypotheek komt u diverse zaken en begrippen tegen. De begrippen waar wij de meeste vragen over ontvingen, vindt u door op de letter te klikken.
B |
| Bandbreedte | Diverse nieuwe hypotheken kennen
een zgn. rente met een bandbreedte, d.w.z. de rente die u betaalt blijft
gelijk zolang de huidige marktrente zich binnen een bandbreedte bevindt.
Pas wanneer de marktrente boven of onder de bandbreedtegrens komt, dan
wordt uw rente verhoogd of verlaagd. |
| Bankgarantie | De bank garandeert dat zij op
eerste aanmaning uw schuld waarvoor de bank garant staat, voldoet. Na
het tekenen van de voorlopige koopovereenkomst wordt meestal een
aanbetaling/waarborgsom of bankgarantie gevraagd van 10% van de
koopsom. |
| Basisaftrek | Als belastingplichtige heeft u
een basisbedrag dat u mag aftrekken van uw bruto jaarinkomen. De hoogte
van dit bedrag varieert afhankelijk van uw persoonlijke
woonsituatie. |
| Basishypotheek | |
| Belastbaar inkomen | Het saldo van uw inkomen
minus uw aftrekposten vormt uw belastbaar inkomen. Na aftrek van de
basisaftrek wordt over het resterende bedrag volgens het schijventarief
belast geheven. |
| Belastingaangifte | Wanneer u in aanmerking
denk te komen voor teruggave van belasting of denkt in de omstandigheid te
zijn dat u meer belasting moet betalen, dan moet u aangifte doen bij de
belastingdienst. U kunt hierbij gebruik maken van diverse
standaardformulieren. |
| Belastingaftrek | Diverse posten, zoals
hypotheekrente of lijfrentepremies kunnen van uw belastbare inkomen
afgetrokken worden. |
| Belastingschijven | Indeling van het belastbare
inkomen in delen. Over elk gedeelte wordt een ander percentage belasting
geheven. |
| Beleggingsfonds | Samenstelling van
investeringen in aandelen, obligaties, onroerend goed en/of andere
beleggingsmogelijkheden. Beleggingsfondsen zijn er in alle soorten en
maten. Elk beleggingsfonds heeft zijn eigen strategie en doelstelling,
waardoor een profiel tussen rendement en risico gemaakt kan worden.
Sommige beleggingsfondsen zijn genoteerd aan de effectenbeurs. |
| Beleggingshypotheek | Hypotheekvorm waarbij de
aflossing geschiedt door het ineens aflossen op de einddatum van de
hypotheek. Het aflossen gebeurt door het verkopen van het
beleggingskapitaal dat tijdens de duur van de hypotheek is
opgebouwd. |
| Bereidstellingsprovisie | Extra afsluitprovisie
welke u in rekening wordt gebracht bij het verlengen van de
geldigheidstermijn van een hypotheekofferte. |
| Bewonersverklaring | Een verklaring die bij
premiekoopwoningen vereist is. De eigenaar stelt het Ministerie van VROM
op de hoogte van het feit dat hij/zij de woning een vol jaar heeft
bewoond. |
| Boeterente | Bedrag dat in rekening wordt
gebracht bij aflossen boven het boetevrije bedrag of bij het te laat of
niet betalen van de maandelijkse hypotheeklast. |
| Boetevrij aflossen | Bij de meeste hypotheken
is het mogelijk om zonder boete jaarlijks een extra gedeelte van de
hypotheek af te lossen. Dit kan variëren van 10% tot 20% van het
geleende bedrag. |
| Bouwdepot | Wanneer u een woning laat bouwen,
moeten er op verschillende momenten rekeningen worden betaald. Hiervoor
wordt op het moment van het kopen van de grond de gehele hypotheek
afgesloten. Het geld wordt gestald op een aparte rekening. Hiervan
worden de rekeningen betaald. Over het bedrag in depot ontvangt u
meestal een lagere rente, dan u aan hypotheekrente moet betalen. |
| Bouwrente | De rente die u bij een
nieuwbouwwoning moet betalen aan aannemer en hypotheekverstrekker voor onroerend goed dat nog gebouwd moet worden.
Bouwrente wordt vaak meegefinancierd. |
| Bruto maandlasten | Het bedrag wat u
maandelijks verschuldigd bent aan de hypotheekverstrekker. |
| BTW | Bij de aankoop van een nieuwbouwwoning
bent u BTW verschuldigd. Deze is meestal inbegrepen in de
aanneemsom. |
| Budgetteren | Het opstellen van een compleet
overzicht van maandelijkse in- en uitgaven in de oude en nieuwe
situatie. U kunt hiervoor op deze site een standaardformulier voor
downloaden. |