Alle moeilijke begrippen over hypotheken voor u op een rijtje. Bij het regelen van uw hypotheek komt u diverse zaken en begrippen tegen. De begrippen waar wij de meeste vragen over ontvingen, vindt u door op de letter te klikken.
H |
| Herbouwwaarde | Het bedrag dat nodig is om een
woning opnieuw te bouwen, bijvoorbeeld na afbranden. De herbouwwaarde
wordt meestal vermeld in het taxatierapport of is vast te stellen met
een herbouwwaardemeter. De herbouwwaarde is het uitgangspunt bij het
afsluiten van de opstalverzekering. |
| Hertaxatie | Opnieuw de waarde van de woning
vaststellen. Sommige financiers zullen bij het aflopen van een
rentevaste periode een hertaxatie nodig achten om vast te stellen of het
onderpand nog voldoende waarde vertegenwoordigt. |
| Hoofdelijke aansprakelijkheid | Diegene die
persoonlijk voor de gehele schuld kan worden aangesproken. |
| Hoog-laagconstructie | Wanneer u uw hypotheek
wilt aflossen door middel van een levensverzekering kunt u ervoor kiezen
om dit te doen via een hoog/laagconstructie. Dit houdt in dat u de
eerste jaren een veel hogere premie betaalt, waardoor direct een
kapitaal wordt opgebouwd en uw vervolgpremies lager zullen zijn. |
| Huizenprijzen | Alles omvattende term voor de
aankoopprijzen van woningen in Nederland. Niet te verwarren met
vraagprijzen. |
| Huurbeding | Clausule in de hypotheekakte
waarbij de koper wordt beperkt in zijn vrijheid om de woning te
verhuren. |
| Huurwaardeforfait | De denkbeeldige inkomsten
die een woningeigenaar uit de woning kan ontvangen. Oftewel: het bedrag
dat de eigenaar zou ontvangen wanneer het huis verhuurd zou worden. Dit
bedrag moet bij het inkomen worden opgeteld. |
| Huwelijkse voorwaaarden | Voor het huwelijk
wordt vastgelegd welke vermogenbestanddelen aan wij toebehoren.
Toekomstig vermogen komt op naam van degene op wiens naam het is
ingebracht. |
| Hybride hypotheek | Nieuwe hypotheekvorm.
Combinatie tussen beleggen en sparen. Zie ook: Alles over de hybride hypotheek |
| Hypothecaire inschrijving | Vermelding in het
hypotheekregister voor wie en voor welk bedrag een recht van hypotheek
is verleend. Wanneer een vast bedrag is ingeschreven dan is er sprake
van een bankhypotheek. Bij een vaste inschrijving spreekt men van een
dalend hypotheekrecht. De geldverstrekker kan niet meer verhalen dan de
openstaande hypotheekschuld plus rente en kosten. |
| Hypothecaire lening | Een geldelijke lening
waarbij een onroerende zaak als onderpand dient.
|
| Hypotheekakte | het officiele contract tussen
schuldeiser en schuldenaar. De hypotheekakte wordt door beide partijen
bij de notaris ondertekend. De geldverstrekker zal in het algemeen via
volmacht tekenen. |
| Hypotheekaktekosten | De kosten die de notaris
in rekening brengt om de hypotheekakte op te stellen, te passeren en te
registreren. |
| Hypotheekgever | Degene die het hypotheek op de
woning geeft in ruil voor het geld. De eigenaar/bewoner. |
| Hypotheeknemer | Degene die geld leent en
hiervoor een onderpand neemt. De geldverstrekker. |
| Hypotheekofferte | Voorstel van de
geldverstrekker waarin staat tegen welke prijs en voorwaarden de
hypotheek verstrekt kan worden. |
| Hypotheekregister | Openbaar register waarin
alle hypotheken worden ingeschreven. Voor iedereen toegankelijk bij het
Kadaster. |
| Hypotheekrente | De vergoeding die men
verschuldigd is voor de hypothecaire lening. Hypotheekrente is
aftrekbaar van het belastbare inkomen. |