Begrippenlijst
Alle moeilijke begrippen over hypotheken voor u op een rijtje. Bij het regelen van uw hypotheek komt u diverse zaken en begrippen tegen. De begrippen waar wij de meeste vragen over ontvingen, vindt u door op de letter te klikken.
Mist u een begrip? Laat het ons weten per email.
(klik op een letter)
K |
| Kadaster | Voormalige overheidsinstelling.
Houdt zich o.a. bezig met het in kaart brengen van Nederland. In het
openbare register kan iedereen informeren wie eigenaar is van een
onroerende zaak en of en hoeveel hypotheek erop rust. |
| Kapitaalverzekering | Verzekering waarin een
kapitaal wordt opgebouwd, dat wordt uitgekeerd op de einddatum of bij
het voltrekken van een verzekerd evenement. Vaak is de
kapitaalverzekering onderdeel van de levenhypotheek. Kijk hiervoor op:
Alles over de
levenhypotheek |
| Kettingbeding | Clausule in de hypotheekakte
waarin staat dat een verplichting die rust op de eigenaar ook moet
worden opgelegd aan volgende eigenaren van het onroerend goed. |
| Koopovereenkomst | Contract tot koop van de
onroerende zaak. In de volksmond wordt dit nog weleens 'voorlopig
koopcontract' genoemd. Dit is echter niet zo 'voorlopig' als het klinkt.
|
| Kosten Koper (k.k.) | De kosten die gemaakt
worden bij de overgang van eigendom zijn voor de koper. Het betreft hier
overdrachtsbelasting (6%) en notariskosten. Bijna alle bestaande
woningen worden k.k. verkocht. Nieuwbouwwoningen worden meestal vrij op
naam (v.o.n.) verkocht. Hierbij zijn de kosten voor de verkoper. |
| Krediethypotheek | Hypotheekvorm waarbij
vrijwillig afgeloste bedragen steeds opnieuw kunnen worden
opgenomen. |
| Kwaliteitstoets | Bij premiekoopwoningen dient
de subsidieverstrekker (de gemeente) te controleren of de kwaliteit van
het huis in overeenstemming is met de prijs. |
| Kwijting | De schuld is afgelost. |