Begrippenlijst
Alle moeilijke begrippen over hypotheken voor u op een rijtje. Bij het regelen van uw hypotheek komt u diverse zaken en begrippen tegen. De begrippen waar wij de meeste vragen over ontvingen, vindt u door op de letter te klikken.
Mist u een begrip? Laat het ons weten per email.
(klik op een letter)
L |
| Langstlevende testament | Testament waarbij de
ouders over en weer de langstlevende tot erfgenaam benoemen. Beide ouders
maken dus zo`n testament. De andere erfgenamen kunnen hun erfdeel in
beginsel pas opeisen na overlijden van de langstlevende ouder. |
| Leges | De vergoeding die overheden vragen voor
gemaakte administratieve handelingen. |
| Levenhypotheek | Hypotheekvorm waarbij de
hypotheek aan het einde van de looptijd of bij eerder overlijden wordt
afgelost door middel van uitkering van een levensverzekering. |
| Levensverzekering | Verzekering op het leven
van de verzekerde(n).
|
| Lineaire hypotheek | Hypotheekvorm waarbij de
aflossing ieder jaar gelijk is. Hierdoor daalt de rentelast gelijkmatig.
Nadeel hiervan is dat steeds minder rente kan worden afgetrokken en de
hypotheek daardoor relatief steeds duurder wordt (u betaalt relatief
meer voor minder). |
| Loonbelasting | De belasting die uw werkgever of
uitkeringsinstantie inhoudt op uw loon of uitkering. Daarbij wordt ook de
premie volksverzekeringen ingehouden.
Deze inhoudingen worden samen ook wel loonheffing genoemd. |
| Loonbelastingbeschikking | Wanneer u een
loonbeschikking afgeeft, dan ontvangt u uw waarschijnlijke
belastingvoordeel niet eens per jaar achteraf, maar vooraf per maand.
Dit kan de maandelijkse druk op de hypotheeklast doen verlichten. |